
Het boek vertelt het verhaal van Harrisons worsteling om zijn ontwerp te perfectioneren in een tijd waarin de mensen die het voor het zeggen hadden niet geloofden dat er een klok kon worden gemaakt die nauwkeurig genoeg bleef tijdens een lange zeereis om op een halve graad nauwkeurig de lengtegraad te bepalen. En daar was het om begonnen, aangezien het nog wel eens gebeurde dat mensen ergens anders uitkwamen dan ze verwachten. In Harrisons tijd, begin 18e eeuw, wilde men dit echter liever bepalen aan de hand van de sterren en de maan, zoals dat ook met de breedtegraad gebeurde. Alleen vroeg dat wel veel astronomische kennis van de schipper.
Het mooie in dit verhaal is de worsteling die het beschrijft, het jaren lang ploeteren en steeds dichter bij de oplossing komen. Datgene wat het magische is van de wetenschap. Iets op het spoor zijn en hopen dat je het uiteindelijk vind, in kleine stapjes. Dat is wat mij intrigeert. En daarom ben ik waarschijnlijk ook ingenieur geworden. Het verhaal uit dit boek kende is al, in Greenwich had ik al eens de chronometers van Harrison gezien (en bewonderd) en ik zag eens een documentaire over het bepalen van de lengtegraad. En toch ontdek je weer iets nieuws in dit boek en wordt ik er weer aan herinnerd dat er niet altijd GPS is geweest...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten